Wat is boezemfibrilleren?

Boezemfibrilleren heet officieel atriumfibrilleren (atrium=boezem), en wordt ook wel afgekort tot AF. Voor de uitleg van boezemfibrilleren maken we gebruik van die van stichting Afip.

Om boezemfibrilleren te kunnen begrijpen, is eerst meer achtergrondinformatie over het hart nodig. Dit is de grootste, belangrijkste spier van je lichaam. De hartspier heeft 4 holtes en pompt het bloed door het lichaam. De bovenste 2 holtes heten de boezems (atria), de onderste 2 noemen we de kamers (ventrikels). Ze worden gescheiden door de hartkleppen. Tijdens boezemfibrilleren verstoren elektrische stroompjes in de boezem het boezemritme. Hierdoor trekken de boezem en de kamer niet gelijkmatig samen, met als gevolg een snelle, onregelmatige hartslag. Er treedt zuurstoftekort op in de hartspier, waardoor de patiënt pijn op de borst kan krijgen.1

Verschil tussen boezemfibrilleren en kamerfibrilleren

Voor een goed begrip is het belangrijk om te weten dat er twee hoofdvormen van fibrilleren zijn: boezemfibrilleren (atriumfibrilleren) en kamerfibrilleren (ventrikelfibrilleren). Bij boezemfibrilleren slaan de boezems snel en onregelmatig, maar pompt het hart nog wel bloed rond. Bij kamerfibrilleren trekken de kamers niet meer samen, waardoor het bloedtransport stopt. Kamerfibrilleren is meestal een acute noodsituatie, terwijl boezemfibrilleren dat meestal niet is.

Symptomen van boezemfibrilleren

In de uitleg werd gesproken over pijn op de borst. Maar daarnaast kan boezemfibrilleren tot uiteenlopende klachten leiden: hartkloppingen, duizeligheid, kortademigheid bij inspanning, of vermoeidheid die niet overgaat met rust. Er zijn grote verschillen tussen patiënten in de symptomen die ze ervaren en de last die ze ervan hebben. Sommige mensen merken er niets van en krijgen de diagnose bij toeval, bijvoorbeeld tijdens een routine-onderzoek.

Is boezemfibrilleren gevaarlijk?

De onregelmatige hartslag is op zichzelf vervelend, maar het grootste risico zit ergens anders: doordat het bloed in de boezems niet goed wordt rondgepompt, kan het daar stollen. Zo’n stolsel kan losschieten en naar de hersenen gaan, met een beroerte als gevolg. Boezemfibrilleren is dan ook een van de belangrijkste risicofactoren voor een beroerte. Daarnaast kan langdurig, onbehandeld boezemfibrilleren ook leiden tot hartfalen.

Boezemflutter (atriumflutter)

Een aandoening die vaak in één adem wordt genoemd, is boezemflutter (atriumflutter). Het onderliggende probleem lijkt op dat van boezemfibrilleren. Ook hier is de elektrische aansturing van de boezems verstoord, maar bij boezemflutter verloopt het signaal via een vaste, ronddraaiende route, waardoor het ritme sneller maar wel regelmatiger is dan bij boezemfibrilleren. De klachten en risico’s (waaronder het beroerterisico) lijken sterk op elkaar, en de twee kunnen ook bij dezelfde persoon afwisselend voorkomen. Vaak wordt boezemflutter dan ook op vergelijkbare wijze behandeld.

Oorzaken en risicofactoren

Boezemfibrilleren ontstaat zelden zomaar uit het niets; meestal is er een combinatie van factoren die het hart gevoeliger maakt voor het ‘op hol slaan’ van de boezems. Leeftijd is de grootste risicofactor: hoe ouder je wordt, hoe groter de kans. Daarnaast spelen onder meer een hoge bloeddruk, hartklepproblemen, hartfalen, overgewicht, diabetes, onbehandelde slaapapneu, overmatig alcoholgebruik en schildklierproblemen een rol. Ook een familiegeschiedenis van boezemfibrilleren verhoogt het risico: er lijkt een erfelijke component te zijn, al is die nog niet volledig in kaart gebracht.

Hoe wordt boezemfibrilleren behandeld?

De behandeling van boezemfibrilleren rust eigenlijk op twee pijlers: 1. het risico op een beroerte verkleinen, en 2. de klachten en het ritme onder controle krijgen. Welke aanpak het beste past, hangt af van hoe vaak en hevig de klachten zijn, hoe lang de aandoening al bestaat en welke andere risicofactoren er spelen.

Leefstijl

Dit is vaak het minst besproken onderdeel, terwijl het effect groot kan zijn. Overgewicht, overmatig alcoholgebruik, een hoge bloeddruk en onbehandelde slaapapneu zijn allemaal factoren die boezemfibrilleren kunnen uitlokken of verergeren. Afvallen, minder of geen alcohol, beperken van koffie, bloeddruk onder controle houden en voldoende bewegen kunnen de hoeveelheid en de ernst van de episodes merkbaar verminderen.  

Stress en angst

Stress en angstgevoelens kunnen boezemfibrilleren oproepen of versterken. Maar het lastige is: als je eenmaal boezemfibrilleren hebt, dan kan dat op zichzelf ook weer angst en stress oproepen, waardoor je in een vicieuze cirkel terechtkomt. Dan kan het goed zijn om hierin begeleiding te zoeken van bijvoorbeeld een deskundige therapeut of een verpleegkundig specialist.

Medicatie

Meestal wordt gestart met medicijnen, met twee mogelijke doelen: de hartslag vertragen zodat het lichaam beter met het onregelmatige ritme omgaat (frequentiecontrole), of proberen het hart weer in een regelmatig ritme te krijgen en te houden (ritmecontrole).

Vaak wordt hier ook een bloedverdunner aan toegevoegd; niet om het ritme te behandelen, maar specifiek om het risico op een beroerte te verkleinen. Dat laatste is voor veel mensen met boezemfibrilleren op de lange termijn de belangrijkste medicatie, ook als de ritmeklachten zelf beperkt blijven.

Cardioversie

Soms helpen medicijnen niet of niet afdoende. Dan komt het boezemfibrilleren steeds weer terug, houdt langer aan of wordt heviger. Indien het fibrilleren niet meer ‘vanzelf’ wegtrekt, wordt cardioversie overwogen. Bij cardioversie wordt geprobeerd het hart in één keer terug te brengen naar een regelmatig ritme. Dat kan met specifieke medicatie, of elektrisch:  onder korte narcose krijgt het hart een gecontroleerd stroomstootje toegediend, waarna het weer in het normale ritme ‘valt’. Een cardioversie kan zo nodig diverse malen herhaald worden.

Ablatie

Als medicatie onvoldoende helpt of niet goed verdragen wordt, en ook cardioversies geen uitkomst bieden bij aanhoudend boezemfibrilleren, kan een katheterablatie een optie zijn. Daarbij wordt via een dun buisje in de lies het stukje hartweefsel opgezocht dat de foutieve elektrische signalen veroorzaakt. Dat weefsel wordt dan plaatselijk uitgeschakeld. Dat kan met diverse technieken. Bij sommige mensen nemen de episodes van boezemfibrilleren daarna sterk af, maar bij sommigen ook niet. Soms is een herhaling nodig.

Maze-operatie en minimaze

De maze- en minimaze-operatie chirurgische behandelingen voor boezemfibrilleren Ze hebben hetzelfde doel, namelijk het herstellen van een stabiel hartritme door het uitschakelen van foutieve elektrische prikkels in de boezems. De maze-operatie is een vrij zeldzame hartchirurgische variant van ablatie: via open-hartchirurgie worden littekenlijnen in beide boezems van het hart aangebracht die de foutieve elektrische signalen omleiden, vergelijkbaar met een doolhof (vandaar de naam). De mini-maze is een minder ingrijpende variant van de maze-operatie. Bij de mini-maze (ook wel sleutelgatoperatie) wordt de operatie uitgevoerd via kleine incisies tussen de ribben. De maze-operatie is een veel zwaardere ingreep dan de mini-maze, en wordt vooral toegepast bij mensen die ook om een andere reden een hartoperatie ‘moeten’ ondergaan (bijvoorbeeld een hartklepoperatie ) of bij wie eerdere behandelingen onvoldoende hebben gewerkt.

Pacemaker

Een pacemaker wordt bij boezemfibrilleren minder vaak ingezet dan medicatie of ablatie, en is meestal gereserveerd voor specifieke situaties: bijvoorbeeld wanneer het hart juist te langzaam gaat kloppen (vaak als bijwerking van ritmemedicatie), of in combinatie met een ingreep waarbij de eigen aansturing van het hart geheel of gedeeltelijk wordt uitgeschakeld (‘pace-and-ablate’).

Wanneer moet je aan de bel trekken?

Boezemfibrilleren wordt niet altijd op tijd herkend. Wees je daarom bewust van je eigen risicofactoren en symptomen. En trek aan de bel bij de volgende signalen:

  • een hart dat op rare momenten sneller of onregelmatiger klopt, ook in rust
  • onverklaarde vermoeidheid die niet overgaat met rust
  • kortademigheid bij inspanning die eerder geen probleem was
  • duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd
  • een onrustig, ‘fladderend’ gevoel in de borst

Eén klacht op zich hoeft niets te zeggen. Maar een combinatie, of klachten die terugkeren, zijn reden genoeg om ze te laten checken, bijvoorbeeld met een simpel hartfilmpje (ECG) of een polsmeting. Eigen metingen zijn waardevol voor een arts, dus registreer je eigen hartslag. En neem deze metingen mee naar je arts.

👉 Meer informatie over het leven met boezemfibrilleren is te vinden op de website van Stichting Afip.

Tekst: Annemiek Hutten (Het Vrouwenhart Spreekt), Paula Smits. De definitie van boezemfibrilleren is gecheckt en goedgekeurd door Prof.Dr. Bianca Brundel (Stichting Afip).

Deze tekst is bedoeld om een korte en leesbare uitleg te geven over boezemfibrilleren, en is nadrukkelijk níet als medisch advies bedoeld. Neem voor vragen over uw individuele situatie altijd contact op met uw behandelend arts.

Alle artikelen op deze website zijn eigendom van Het Vrouwenhart Spreekt. We stellen het op prijs als u deze zoveel mogelijk deelt, zodat de verhalen en ervaringen van de vrouwenhartpatiënten gehoord worden. Graag wel vanuit deze pagina, zodat de bron duidelijk is. Wilt u (delen van) deze tekst kopiëren om ergens anders te plaatsen? Neem dan s.v.p. contact op via het contactformulier op deze website.  

  1. Bron: Stichting Afip, zie link onderaan dit artikel.
Delen via

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *