Sporten met een hartziekte: er kan meer dan je denkt

Na een hartinfarct of andere hartdiagnose krijg je vaak hartrevalidatie aangeboden. Een groot deel van de revalidatie bestaat uit fysieke training, waarbij je onder begeleiding aan je conditie werkt. De achterliggende gedachte is daarbij dat de patiënt gestimuleerd moet worden om wat meer te bewegen. Maar wat nou als je al een actieve sporter bent? Moet je dan nog meer gaan bewegen? Of misschien wat minder? En wie begeleidt je daarbij?

De ene patiënt is de andere niet

Hartrevalidatieprogramma’s zijn erop gericht om je te leren omgaan met de hartziekte. Daarbij wordt er een beetje vanuit gegaan dat de patiënt angstig is om weer te gaan sporten. Dit is begrijpelijk, want een hartziekte is niet niks, en doet je beseffen dat het hart er ook zomaar mee zou kunnen stoppen. Maar niet iedere patiënt heeft deze angst. Of anders gezegd: bij sportieve patiënten is de drang om te blijven sporten vaak groter dan de angst dat er iets met je hart gebeurt.

Behoefte aan begeleiding

Waar de gemiddelde hartpatiënt misschien aangespoord moet worden om wat meer te bewegen, zit de actieve sporter al lang weer op de fiets zo gauw dat mogelijk is. Maar dat wil niet zeggen dat die sporter daar geen begeleiding bij nodig heeft, want zonder risico is het natuurlijk niet. De sportschool heeft meestal niet de expertise om sporters met een hartaandoening te begeleiden. Dus wat moet die actieve sporter dan doen zodra hij of zij een hartaandoening krijgt? Een sportmedisch centrum kan daarbij begeleiding bieden.

Begrijpen hoe een sporter denkt

Ook Marjon kwam bij sportcentrum Papendal terecht. In haar geval speelde het sportcentrum een belangrijke rol in haar diagnosestelling, omdat haar hartprobleem zich voornamelijk tijdens intensief sporten uitte.

Grenzen opzoeken

Een aspect van sport dat nog weleens over het hoofd gezien wordt is dat het een manier is om je eigen grenzen op te zoeken. En hierbij is begeleiding natuurlijk wenselijk, zeker in het geval van een hartziekte. Marjon kreeg na haar ablatie ook hierbij begeleiding van sportcentrum Papendal.

Ontspanning

Een ander aspect aan sporten betreft ontspanning. Tijdens het sporten, maar vooral ook erna. Intensief sporten (lees: met zweten) geeft hierbij echt een andere ontspanning dan laag intensief sporten zoals wandelen en fietsen. Een goed voorbeeld hiervan is het verhaal van Rachelle. Zij heeft al sinds haar jeugd een lekkende mitralisklep, waarvoor ze een openhartoperatie onderging. Daarnaast heeft ze de bindweefselziekte Ehlers-Danos én kreeg ze een ongeval tijdens het paardrijden waarbij ze haar rug brak. Zoals ze het zelf omschrijft: “Ik stond niet bepaald vooraan als het om medische mazzel ging.” Na een tijdje rustig aan doen concludeerde Rachelle dat ze daar niet echt gelukkig van werd. Ze ging op zoek naar manieren om te sporten en kwam uit op hardlopen. Dat is een sport waarbij je gemakkelijk je eigen tempo kunt bepalen. Inmiddels heeft ze de Bruggenloop in Rotterdam gedaan (15 km) en de halve marathon van Berlijn.

Andere invulling kiezen   

Soms is het niet meer mogelijk om de sport die je altijd deed te blijven beoefenen. Dan moet je op zoek naar andere vormen van beweging die tot een vergelijkbaar resultaat leiden. Florien deed haar hele leven al aan duursporten; marathons en triathlons. Ook toen ze borstkanker kreeg, bleef ze sporten. Het sporten hielp haar om ruimte in haar hoofd te houden. Een aantal jaar na de borstkanker kreeg ze ook een hartziekte. Toen bleek het helaas niet meer mogelijk om haar oude sporten te blijven beoefenen.

Conclusie: een eigen zoektocht

Als we een rode draad in de verhalen hierboven kunnen herkennen, dan is het waarschijnlijk dat actieve sporters met een hartziekte een groep vormen die een beetje tussen wal en schip valt. Deze sporters vinden weinig bevrediging en ondersteuning in de reguliere hartrevalidatie, die vooral gericht is op laag-intensief sporten. Maar ze krijgen ook niet de begeleiding die bijvoorbeeld topsporters krijgen. Daarom ondernemen ze vaak hun eigen zoektocht naar wat er nog kan. Maar daarmee blijft het sporten wel een beetje voorbehouden aan degenen met een behoorlijke dosis doorzettingsvermogen en eigenwijsheid. Bovendien is het niet zonder risico om op eigen houtje je grenzen te verkennen.

Actieve sporters die een revalidatieprogramma doorlopen, krijgen vaak de indruk dat ze een uitzondering zijn. Maar de verhalen hierboven doen vermoeden dat deze groep misschien wel groter is dan gedacht wordt. Daarom zou het fijn zijn als er structureel meer aandacht komt voor actieve sporters met een hartziekte. In de vorm van een op maat gesneden begeleiding naar een competitief of prestatief sportniveau, voor zover dat lukt binnen de beperkingen van de hartziekte. Sportmedische centra kunnen hier een rol in spelen.

Tekst: Annemiek Hutten (Het Vrouwenhart Spreekt) en Marjon Jansen

Tip: Marjon en Rachelle hebben beiden een instagram-account, waarin zij verslag doen van hun sportieve activiteiten. Marjons account heet guide.Marjon_stubai. Zij is via deze link te volgen. Rachelle’s account heet hartpatientrent. Dit account is via deze link te volgen.

Alle artikelen op deze website zijn eigendom van Het Vrouwenhart Spreekt. We stellen het op prijs als u deze zoveel mogelijk deelt, zodat de verhalen en ervaringen van de vrouwenhartpatiënten gehoord worden. Graag wel vanuit deze pagina, zodat de bron duidelijk is. Wilt u (delen van) deze tekst kopiëren om ergens anders te plaatsen? Neem dan s.v.p. contact op via het contactformulier op deze website.  

Delen via

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *