Wat is een geleidingsstoornis?

Misschien heb je het woord weleens voorbij horen komen bij de cardioloog: geleidingsstoornis. Of termen als een bundeltakblok of AV-blok. Is een geleidingsstoornis hetzelfde als een hartritmestoornis? En moet je deze altijd laten behandelen? Hieronder volgt een korte uitleg.

Wat is een geleidingsstoornis?

Je hart klopt dankzij een eigen elektrisch systeem. De elektrische prikkel begint normaal gesproken in de sinusknoop, de natuurlijke pacemaker van het hart in de rechterboezem. Van daaruit verspreidt de prikkel zich over de boezems naar de AV-knoop. Vervolgens gaat de prikkel via de bundel van His en de rechter- en linkerbundeltak naar de hartkamers. Zo wordt de hartspier in de juiste volgorde geactiveerd en kan het hart het bloed rondpompen.

Bij een geleidingsstoornis wordt de elektrische prikkel ergens in dit geleidingssysteem vertraagd of geblokkeerd. Bij een AV-blok of bundeltakblok ontstaat de prikkel meestal wel normaal, maar wordt deze niet normaal verder geleid. Daardoor kan de prikkel vertraagd of soms helemaal niet bij de kamers aankomen.  

Wat is het verschil tussen een geleidingsstoornis en een hartritmestoornis?

Het woord hartritmestoornis wordt gebruikt voor afwijkingen van het normale hartritme. Het hart kan bijvoorbeeld te snel, te langzaam of onregelmatig kloppen. Voorbeelden zijn boezemfibrilleren, tachycardie (te snel hartritme) of bradycardie (tte raag hartritme). Bij een geleidingsstoornis ligt de nadruk op de manier waarop de elektrische prikkel door het hart wordt doorgegeven.

De twee begrippen zijn niet volledig van elkaar gescheiden. Een geleidingsstoornis kan namelijk ook tot een verandering van het hartritme of de hartslag leiden. Bij sommige AV-blokken kan de hartslag bijvoorbeeld te langzaam worden.

Bij een ritmestoornis gaat het vooral om hoe het hart klopt. Bij een geleidingsstoornis gaat het vooral om hoe de elektrische prikkel door het hart wordt doorgegeven.

De bekendste geleidingsstoornissen zijn een AV-blok en een bundeltakblok.

AV-blok

Bij een AV-blok wordt de elektrische prikkel tussen de boezems en kamers vertraagd of niet goed doorgeleid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen eerstegraads, tweedegraads en derdegraads AV-blok.

  • Bij een eerstegraads AV-blok worden alle prikkels nog naar de kamers doorgeleid, maar dit gebeurt vertraagd. Dit geeft meestal geen klachten.
  • Bij een tweedegraads AV-blok worden sommige prikkels vanuit de boezems niet naar de kamers doorgeleid. Er bestaan verschillende vormen, waaronder Mobitz I (Wenckebach) en Mobitz II. Die verschillen onder andere in hun betekenis en behandeling.
  • Bij een derdegraads of compleet AV-blok worden de elektrische prikkels vanuit de boezems niet meer naar de kamers doorgeleid. De boezems en kamers volgen daardoor ieder hun eigen ritme.

Bundeltakblok

De rechter- en linkerbundeltak zijn elektrische geleidingsbanen die de prikkel vanuit de bundel van His verder naar de hartkamers brengen. Daardoor kunnen beide kamers op het juiste moment worden geactiveerd. Bij een bundeltakblok is de geleiding via één van die banen vertraagd of geblokkeerd. De elektrische prikkel moet de betreffende hartkamer daardoor via een andere route bereiken, waardoor de ene kamer later wordt geactiveerd dan de andere.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een rechterbundeltakblok en een linkerbundeltakblok. Een rechterbundeltakblok kan voorkomen bij mensen zonder andere hartaandoening, maar kan ook samenhangen met een onderliggend hartprobleem. Een linkerbundeltakblok geeft vaker aanleiding om naar een onderliggende hart- of structurele aandoening te kijken. Dat komt doordat een linkerbundeltakblok vaker samengaat met een onderliggende hartaandoening, en omdat de linkerkamer, de belangrijkste pompkamer, daardoor minder gelijktijdig samentrekt.

Welke klachten kan een geleidingsstoornis geven?

Veel mensen met een geleidingsstoornis hebben helemaal geen klachten. De afwijking wordt dan bijvoorbeeld ontdekt tijdens een ECG (hartfilmpje) dat om een andere reden wordt gemaakt. Als de geleidingsstoornis ervoor zorgt dat het hart te langzaam of minder effectief klopt, kunnen wel klachten ontstaan. Bijvoorbeeld:

  • duizeligheid
  • vermoeidheid
  • kortademigheid of benauwdheid
  • verminderd inspanningsvermogen
  • het gevoel bijna flauw te vallen
  • flauwvallen
  • soms pijn op de borst

Pijn op de borst is overigens niet specifiek voor een geleidingsstoornis. Bij pijn op de borst moet ook aan andere oorzaken worden gedacht.

Hoe ontdek je dat je een geleidingsstoornis hebt?

Soms wordt een geleidingsstoornis ontdekt zonder dat je klachten hebt. Bijvoorbeeld wanneer er om een andere reden een ECG wordt gemaakt. Op een ECG kan de arts zien hoe de elektrische prikkel door het hart wordt geleid en of daarin vertragingen of blokkades optreden. Heb je wel klachten, zoals duizeligheid of (bijna) flauwvallen, dan kan verder onderzoek nodig zijn.

Soms is op een ECG niets afwijkends te zien, omdat een geleidingsstoornis niet voortdurend aanwezig hoeft te zijn. De elektrische activiteit van het hart kan dan gedurende langere tijd worden geregistreerd, bijvoorbeeld met een Holter1 of eventrecorder2. Zo kan worden bekeken of er tijdens de klachten een verandering in het hartritme of de geleiding optreedt.

Hoe ontstaat een geleidingsstoornis?

Een geleidingsstoornis beschrijft wat er in de elektrische geleiding gebeurt: de prikkel wordt vertraagd of geblokkeerd. Maar daarmee weten we nog niet waarom dat gebeurt.

Soms is er een onderliggende oorzaak

Een geleidingsstoornis kan samenhangen met een andere aandoening of een tijdelijke oorzaak. Mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld:

  • schade of littekenweefsel na een hartinfarct
  • bepaalde aandoeningen van de hartspier
  • ontstekingen van het hart
  • infecties, waaronder de ziekte van Lyme
  • bepaalde medicijnen die de hartslag of geleiding vertragen
  • een operatie of ingreep aan het hart
  • een verstoring van bepaalde stoffen in het bloed, zoals een verstoord kaliumgehalte
Soms zit het probleem in het geleidingssysteem zelf

Niet bij iedereen met een geleidingsstoornis wordt een duidelijke onderliggende hartaandoening gevonden. Net als andere weefsels kan het geleidingssysteem met de jaren slijten of verlittekenen.Een lichte vertraging van de geleiding hoeft bovendien niet altijd op een aandoening te wijzen. Zo kan een vertraagde geleiding door de AV-knoop bijvoorbeeld voorkomen bij jonge mensen en goedgetrainde sporters.

En soms blijft de oorzaak onbekend

Ook dat komt voor. Soms wordt een geleidingsstoornis ontdekt zonder dat er verder iets aan het hart te vinden is. Dan is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen.

Behandeling van een geleidingsstoornis

Of een geleidingsstoornis behandeld moet worden, hangt af van het type geleidingsstoornis, de ernst, eventuele klachten en de oorzaak.

Vaak is geen behandeling nodig

Een eerstegraads AV-blok geeft meestal geen klachten en hoeft meestal niet behandeld te worden. Ook een bundeltakblok hoeft op zichzelf niet altijd behandeld te worden. Of verdere controle of onderzoek nodig is, hangt af van het type geleidingsstoornis en de persoonlijke situatie.

Soms wordt de oorzaak behandeld

Soms heeft een geleidingsprobleem een oorzaak die behandeld kan worden, zoals de ziekte van Lyme (met antibiotica), een medicijn dat de geleiding vertraagt (dat de arts dan kan aanpassen) of een verstoord kaliumgehalte. Ook bij een ontsteking van de hartspier kan de geleiding herstellen zodra de ontsteking afneemt. In sommige gevallen kan de geleiding daarna verbeteren of zelfs herstellen.

👉  Stop nooit op eigen initiatief met medicijnen die mogelijk invloed hebben op je hartslag of geleiding, maar bespreek dit altijd eerst met je arts.

Soms is een pacemaker nodig

Bij sommige ernstigere geleidingsstoornissen kan een pacemaker nodig zijn. Daarbij kijkt de cardioloog niet alleen naar de klachten, maar onder andere ook naar het type geleidingsstoornis en de oorzaak. Een pacemaker is een klein apparaat dat meestal onder de huid wordt geplaatst en het hartritme bewaakt. Als dat nodig is, kan het apparaat elektrische prikkels geven om te voorkomen dat het hart te langzaam klopt.

Niet per se ernstig, maar ook niet ‘gewoon niets’

Een geleidingsstoornis is niet automatisch een ernstig hartprobleem. Sommige vormen, zoals een eerstegraads AV-blok of een geïsoleerd rechterbundeltakblok, geven vaak geen klachten en hebben meestal ook weinig gevolgen. Andere vormen, zoals een tweedegraads of derdegraads AV-blok, kunnen wel belangrijk zijn en behandeling nodig maken. De betekenis hangt af van het type geleidingsstoornis, de plaats van de blokkade, de klachten, de leeftijd, de aanwezigheid van een onderliggende hartziekte en de vraag of er een omkeerbare oorzaak is. Bespreek daarom met je arts of cardioloog wat de uitslag in jouw situatie betekent.

Wanneer moet je contact opnemen?

👉  Neem contact op met je huisarts of behandelend arts bij nieuwe of toenemende klachten, zoals (bijna) flauwvallen, terugkerende duizeligheid, onverklaarde benauwdheid of een opvallend trage hartslag.
👉  Bij acute ernstige klachten is spoedhulp nodig. Denk bijvoorbeeld aan ernstige benauwdheid, aanhoudende pijn op de borst of wanneer iemand na flauwvallen niet goed bijkomt.
👉  Bel in zo’n situatie 112.

Meer lezen over…

Text: Annemiek Hutten / Het Vrouwenhart Spreekt

Deze tekst is bedoeld om een korte en leesbare uitleg te geven over geleidingsstoornissen, en is nadrukkelijk níet als medisch advies bedoeld. Neem voor vragen over uw individuele situatie altijd contact op met uw behandelend arts.

Alle artikelen op deze website zijn eigendom van Het Vrouwenhart Spreekt. We stellen het op prijs als u deze zoveel mogelijk deelt, zodat de verhalen en ervaringen van de vrouwenhartpatiënten gehoord worden. Graag wel vanuit deze pagina, zodat de bron duidelijk is. Wilt u (delen van) deze tekst kopiëren om ergens anders te plaatsen? Neem dan s.v.p. contact op via het contactformulier op deze website.  

  1. Holter = een draagbaar apparaatje dat het hartritme gedurende langere tijd continu registreert.
  2. Evenrecorder = een apparaatje waarmee het hartritme gedurende langere tijd kan worden gevolgd om afwijkingen vast te leggen die maar af en toe optreden.
Delen via

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *