Wat is een coronaire functietest?
Een coronaire functietest (CFT) is een invasieve1 test die gebruikt wordt om te beoordelen hoe de bloedvaten rondom het hart functioneren. Het gaat dan zowel om de grote kransslagaders als om de kleinere bloedvaatjes (de microcirculatie). De CFT bestaat uit een hartkatheterisatie en het verrichten van metingen.
De coronaire functietest in Nederland
De CFT bestaat al lang. Rond 2010 heeft professor Jan Piek (Amsterdam UMC) deze test in Nederland opnieuw geïntroduceerd. Samen met enkele collega’s heeft hij zich ervoor ingezet dat deze test aangeboden kon worden aan patiënten met aanhoudende klachten van pijn op de borst bij wie de gewone hartkatheterisatie geen vernauwingen liet zien. Hij voerde acetylcholinemetingen uit om te kijken naar coronaire spasmen. Ook werden er metingen naar coronaire microvasculaire dysfunctie (CMD)2 gedaan.
Het Radboudumc heeft een nieuw protocol ontwikkeld, waarbij de CMD-metingen gecombineerd worden met de acetylcholinetest. Daarbij is de acetylcholinetest aangepast: er worden korte injecties gegeven worden in plaats van een continu infuus. Deze aanpassingen zijn gebaseerd op de ervaringen van dr. Peter Ong, die hier in Duitsland positieve resultaten mee boekte. Dit nieuwe protocol is de afgelopen jaren over Nederland en de rest van de wereld uitgerold.
Waarom wordt de coronaire functietest gedaan?
De CFT wordt gedaan om uitsluitsel te krijgen of de klachten van de patiënt veroorzaakt worden door problemen in de vaatfunctie in de kleine of grote vaten rondom het hart. Bijvoorbeeld:
- vermoeden van microvasculaire dysfunctie (problemen met de kleine vaten)
- vermoeden van coronair spasme of endotheeldysfunctie3 van de grote kransslagaders
Hannah: “Ik heb ervoor gekozen om de functietest te doen na diverse medicatiestappen die geen positief effect hadden. De belangrijkste reden om het te doen was om onderscheid te kunnen maken tussen spasmen van de grote vaten en/of CMD, en beter te begrijpen wat het effect van de medicatie zou kunnen zijn. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, ondanks de risico’s. De test maakte de ernst van de verkramping goed zichtbaar, en verklaarde ook waarom langwerkende nitraten bij mij een verslechterend effect hebben. De ingreep ervoer ik als heftig, en vooral het herstel duurde veel langer dan ik had verwacht. Twee dagen na de functietest ben ik weer op de Eerste Hulp terechtgekomen door aanhoudende kramp en een snelle daling van mijn bloeddruk.”
Vooral vrouwen
Microvasculaire dysfunctie en coronaire spasmen komen veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.4 De klachten worden vaak ook niet direct herkend. Voor deze patiëntengroep is de coronaire functietest daarom een belangrijk middel om aan te tonen dat er wel degelijk iets met het hart aan de hand is. Dat geeft duidelijkheid aan henzelf, aan de omgeving, maar ook bijvoorbeeld aan de bedrijfsarts. En het helpt ook bij de behandeling van hun klachten, want het geeft de cardioloog meer duidelijkheid over de medicijnen die voorgeschreven kunnen worden.
Sacha: “Ik ben nog steeds erg blij dat ik de coronaire functietest heb gedaan, ondanks de risico’s. Vooral omdat je hiermee een diagnose zwart-op-wit hebt. Voor jezelf, maar vooral voor de trajecten rondom keuringen voor arbeidsongeschiktheid. Dat laatste was een stuk lastiger verlopen als ik geen keiharde diagnose had gehad. Ik had me ingesteld op een vervelend onderzoek, maar vond het hierdoor meevallen.”
Hoe gaat de coronaire functietest in zijn werk?
De test kan via de pols of via de lies gedaan worden. Er wordt een draad naar binnen gebracht waarmee de kransslagvaten bekeken kunnen worden. Daarna worden er twee middelen toegediend.
Eerst wordt acetylcholine toegediend, een middel dat verkrampingen (spasmen) kan uitlokken.5 Vervolgens wordt er gekeken naar drie dingen:
- De klachten; er wordt gevraagd of die herkenbaar zijn voor de patiënt.
- Het ECG (hartfilmpje); er wordt gekeken of er problemen zijn met de bloedtoevoer naar het hart.
- De kransslagaders zelf; er wordt gekeken of deze vernauwen.
Tijdens de test wordt er ook medicatie gegeven die spasme tegengaat (onafhankelijk of er een spasme te zien is).
Voor de volgende meting wordt het middel adenosine ingebracht via een infuus. Hiermee wordt de bloedstroomsnelheid en weerstand in de kransslagvaten gemeten (coronaire flow reserve). Op deze manier kan de functie van de kleine vaatjes beoordeeld worden. Hiervoor wordt een speciale meetdraad gebruikt, die in de kransslagader gelegd wordt. Adenosine kan een warm of beklemmend gevoel op de borst geven. Dit voelt erg vervelend maar is ongevaarlijk. Na ongeveer drie minuten wordt het infuus stopgezet en verdwijnen de klachten bijna direct. Soms is het nodig om een tweede keer adenosine te geven. In het Radboudumc en in sommige andere ziekenhuizen kunnen deze metingen ook gedaan worden met water in plaats van adenosine.
In onderstaand filmpje van de NVVC is te zien hoe de functietest in zijn werk gaat.
Verschil tussen een hartkatheterisatie en een coronaire functietest
Een patiënt die in het ziekenhuis komt met klachten van pijn op de borst, of klachten die op een hartinfarct wijzen, zal in eerste instantie een ‘gewone’ hartkatheterisatie krijgen. Dit wordt ook wel een coronair angiogram genoemd. Bij dit onderzoek wordt er, door middel van contrastvloeistof en röntgenstraling, gekeken of er grote vernauwingen in de grote kransslagaders te zien zijn. Problemen in de kleine bloedvaten zijn met deze test niet te zien. Ook bijvoorbeeld spasmen in de grote vaten zijn hier niet op te zien. Als de hartkatheterisatie geen vernauwing laat zien terwijl de patiënt klachten blijft houden, is de coronaire functietest eigenlijk een soort vervolgtest.
Hier moeten we wel bij opmerken dat de CFT geen test is die je ‘zomaar’ doet. Het is een vrij specialistische test, die niet in ieder ziekenhuis gedaan wordt. Het is ook een invasieve test, wat betekent dat er risico’s aan verbonden zijn. En bovendien is het voor de patiënt bepaald geen pretje om deze te ondergaan.
Sinds 2024 is de CFT opgenomen in de ESC-richtlijnen voor de diagnostiek bij ANOCA/INOCA.6 Dit betekent dat bij een vermoeden van ANOCA of INOCA de CFT als onderzoek overwogen wordt.
Wordt de CFT direct na de hartkatheterisatie gedaan of op een ander moment?
Beide zijn mogelijk. Als de patiënt al op de operatietafel ligt voor een hartkatheterisatie, en de hartkatheterisatie geeft geen vernauwingen te zien, dan kan er daarna besloten worden om een CFT te doen. Maar de CFT kan ook op een later moment gedaan worden. Bijvoorbeeld als de patiënt al lang met klachten loopt en de test wil laten doen om zekerheid te hebben.
Guusje: “Na een eerdere hartkatheterisatie wilde ik weten waar mijn atypische klachten vandaan kwamen en heb ik om een coronaire functietest gevraagd. Ik heb vier keer acetylcholine ingespoten gekregen, waaruit bleek dat er geen sprake was van spasmen in mijn kransslagaderen. De meting met adenosine liet een abnormale flow zien, passend bij microvasculaire dysfunctie. Dus een disbalans tussen het verwijden en samentrekken van de kleine hartvaatjes.
De test, zowel met de acetylcholine als de adenosine, heb ik als zeer pijnlijk ervaren (een dikke 10). Na afloop en de dagen erna had ik het gevoel dat mijn hart gekneusd was en dat mijn klachten verergerd waren. Toch ben ik blij dat ik de coronaire functietest heb laten doen. Voor mij is het duidelijker geworden waar mijn klachten vandaan komen.”
Hoe veilig is de CFT?
Zoals iedere invasieve test heeft ook deze test risico’s. Door het inspuiten van de contrastvloeistoffen via de pols of lies kunnen er bijvoorbeeld complicaties ontstaan. Ook kan de test (tijdelijke) hartritmestoornissen opwekken. In zeer zeldzame gevallen kan er een allergische reactie, hartinfarct of beroerte ontstaan. Maar we moeten hier direct bij zeggen dat de test de afgelopen jaren veel veiliger is geworden, dankzij betere protocollen en meer ervaring. In 2025 is er een groot onderzoek gedaan naar de veiligheid van de CFT. Dit onderzoek werd uitgevoerd onder 1207 patiënten die tussen december 2020 en januari 2024 de CFT ondergingen in 15 Nederlandse ziekenhuizen.7 Dit waren patiënten met angina pectoris die géén obstructief kransslagaderlijden hadden. 81% van deze patiënten was vrouw en de gemiddelde leeftijd was 60 jaar. Bij 78% van de patiënten werd tijdens de test vasomotorische dysfunctie gevonden (dat wil zeggen: spasmeverandering of microvasculaire dysfunctie). Dat betekent dat de diagnostische waarde van de test hoog is. Het risico op complicaties bleek laag. Dat maakt de CFT een zeer waardevolle methode voor diagnosestelling.
👉 Op de website van Hart in Shape is een samenvatting van dit onderzoek te lezen (goedgekeurd door de onderzoeker). 👉 Het originele artikel is hier te vinden.

Angelique: “De test is mij afgeraden omdat ik al twee keer een SCAD heb gehad en deze test te veel risico met zich mee brengt.”
Sofie: “Ik heb de functietest wel gedaan, maar het is me vies tegen gevallen. Normaal krijg je vier keer het stofje toegediend voor de vaatspasmes. Maar na de derde keer kreeg ik een VF (ventrikelfibrilleren). Gelukkig is mijn hart vanzelf weer goed gaan kloppen. Ze waren allemaal heel meegaand en er werd precies verteld wat ze gingen doen. Ik ben alsnog wel blij dat ik de test heb laten doen, want ik heb nou wel duidelijkheid dat ik spasmes heb in de grote vaten.”
Tessa: “Ik vond de functietest best wel tegenvallen. Dat lag niet aan het medisch personeel, want hun begeleiding en geruststelling was super. Maar bij het toedienen van de acetylcholine had ik het gevoel dat mijn hart tegen de tafel werd getrapt. De uitslag van het onderzoek was: spasmen in de grote en kleine vaten.
Helaas werd ik een paar uur na de test niet lekker. Ik was nog op de holding in het ziekenhuis. Kreeg veel pijn tussen de schouderbladen. Een vochtinfuus en een CT-scan brachten geen verlichting en duidelijkheid. Aan het begin van de avond bleek de troponine in het bloed te stijgen. Ik werd opgenomen op de hartbewaking en moest een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Uiteindelijk bleek dat het puntje van de katheter tijdens de hartkatherisatie ver in de LAD-kransslagader een dissectie van de vaatwand heeft veroorzaakt. Met een klein infarct op het puntje van mijn hart tot gevolg.”
Wat levert de test op?
De CFT is meestal geen pretje om te ondergaan. Terwijl de patiënt op de onderzoekstafel ligt, worden de pijnklachten opgewekt, in vrij hevige vorm. Bovendien, en dit is ook belangrijk om te benadrukken, levert de test alleen een diagnose op. Geen oplossing. Om deze reden wordt vaak aangeraden om de test alleen te doen als pijnklachten blijven bestaan, ondanks medicatie. Want als een patiënt goed reageert op medicatie, dan is het zonde om die patiënt zo’n test te laten ondergaan, omdat die test dan feitelijk weinig oplevert.
De test levert dus alleen een diagnose op. Wat zijn daarvan de voordelen?
Ten eerste geeft die diagnose meer inzicht in het behandelplan. Er wordt meer duidelijk welke medicatie wel of beter niet voorgeschreven kan worden.
Ten tweede geeft de test ook duidelijkheid. En dat is vooral voor de patiënt belangrijk. De patiënt weet zelf dan eindelijk waar de klachten vandaan komen, wat een eerste stap in is in het leren leven met de aandoening.
Die duidelijkheid is niet alleen voor de patiënt zelf belangrijk. Het kan ook een bewijs zijn voor de bedrijfsarts of het UWV dat er wel degelijk een medische oorzaak voor de klachten is. Voor veel patiënten (lees: veelal vrouwen met onbegrepen hartklachten) is dit een belangrijke reden om erom te vragen. Dit is overigens géén indicatie voor medisch specialisten om deze test te laten doen. Medisch specialisten vragen de test alleen aan op basis van persisterende klachten.
Daarnaast is het ook fijn om aan collega’s, vrienden en familie te kunnen zeggen dat er echt iets aan de hand is. Patiënten met coronaire vaatdysfunctie krijgen nog weleens vervelende opmerkingen of vragen, omdat er niets zichtbaars aan de hand is, en ze ‘officieel’ geen hartinfarct of iets dergelijks gehad hebben. Opvallend is dat patiënten vaak opgelucht zijn als ze de diagnose hebben gekregen. Terwijl die diagnose vaak niet mis is. De opluchting zit dan vooral in de duidelijkheid; dat er echt iets aan de hand is, dat je niet gek bent en dat je serieus genomen wordt.
Tessa: “Samen met de cardioloog heb ik besloten de coronaire functietest wel te doen om meer duidelijkheid te krijgen over geschikte medicatie, en ook omdat een duidelijke diagnose helpend kan zijn in het WIA-traject waar ik toen middenin zat.”
Carmen: “In overleg met de cardioloog maak ik steeds de afweging om de test wel of niet te doen. En elke keer is de conclusie: niet doen, in verband met de risico’s, en omdat de uitslag van de test geen verandering voor de behandeling oplevert.”
Manon: “Ik heb in overleg met mijn cardioloog wel het onderzoek laten doen. Ik was wel bang. Bij de gewone hartkatheterisatie kreeg ik enorme kramp in mijn arm en moesten ze mij platspuiten met pijnstillers om het onderzoek af te kunnen maken of de draad er in ieder geval weer uit te kunnen krijgen. Dus met dat beeld ging ik de coronaire functietest in. Maar de cardioloog en al het andere personeel waren superlief voor mij en stelden mij steeds gerust tijdens het onderzoek. Het onderzoek vond ik niet prettig. Ik kreeg krampen, mijn hart sloeg soms op hol. Maar ik was wel blij met de uitslag. Ik heb spasme in de kleine vaten, in de grote kransslagaders officieel net niet; ik had daar 80/90% krampen en je moet minimaal 90% krampen hebben. Ik zou dit onderzoek niet snel nog een keer doen.”
Worden je klachten erger door de test?
In de citaten zeggen enkele patiënten dat hun klachten na afloop van de ingreep erger waren dan daarvoor. Sommige patiënten ervaren na de test een tijdelijke verergering van hun klachten. Voorafgaand aan de ingreep wordt namelijk de medicatie stopgezet. Bovendien worden er tijdens de test klachten opgewekt. Daardoor kunnen de klachten na de ingreep tijdelijk erger worden. Dit duurt dan hooguit enkele dagen.
Chantal: “Jaren geleden heb ik in eerste instantie geen coronaire functietest gedaan, op advies van Angela Maas. Ze gaf aan dat ze het bij mij alleen zou doen als er echt een noodzaak was, omdat ik een herseninfarct heb gehad. Een katheterisatie heeft namelijk altijd risico’s. Mijn klachten waren toen redelijk onder controle met medicijnen.
Een paar jaar geleden werden mijn klachten dermate ernstig dat ik nog geen 100 meter kon lopen. Ook in huis kon ik zo ontzettend weinig. Er is toen met spoed een katheterisatie gedaan. Daar werden geen vernauwingen gevonden, maar ik bleef die klachten houden. In overleg heb ik toen besloten om de coronaire functietest wel te gaan doen. Ik zag er heel erg tegenop vanwege de eventuele risico’s. Ook vond ik het zwaar dat ik van tevoren moest stoppen met mijn medicijnen. Toen merkte ik pas hoeveel de medicijnen deden.
De coronaire functietest heb ik als heel pittig ervaren. Nog voordat de cardioloog het onderzoek begon, zei ze al dat mijn vaten echt heel spastisch waren. Het opwekken maakte dat nog vele malen erger, maar ik wilde nu wel weten wat ze konden vinden. Met heel veel moeite heb ik de test volledig doorstaan. Complimenten voor de interventiecardioloog die mij heel goed door de test begeleidde, net als de verpleegkundigen.
Na afloop van de test liet de cardioloog de beelden zien. Dat was heel confronterend, maar maakte ook wel duidelijk dat er echt iets aan de hand was. Pas vanaf dat moment zie ik mezelf echt als hartpatiënt. Ik ben achteraf wel heel blij dat ik de test heb gedaan. Dat bood de cardioloog meer mogelijkheden in het voorschrijven van medicijnen.”
Wel of niet de CFT doen?
De CFT is een belangrijke test om inzicht te krijgen in klachten die ontstaan door verminderde doorbloeding van de vaten rondom het hart. De test levert een diagnose op, en daarmee duidelijkheid. De meeste patiënten vinden de test geen pretje, dat kunnen we niet mooier maken dan het is. Maar de diagnose die de test oplevert, kan jou als patiënt helpen om te leren omgaan met jouw aandoening. En het helpt de cardioloog om je behandelplan beter af te stemmen op jouw klachtenpatroon.
Het is goed om te weten dat de test de afgelopen jaren verbeterd en veiliger geworden is. Patiënten die er in het verleden voor kozen om de test niet te doen, kunnen daardoor alsnog besluiten om de test wel te doen. Bovendien zijn er ook tussenoplossingen mogelijk. Er is een handige keuzehulp voor patiënten ontwikkeld die alle opties op een rij zet.8
Tot slot willen we nog een laatste overweging over de CFT noemen. De resultaten van deze tests worden opgeslagen in de NL-CFT. Dit is een Nederlandse registratie van patiënten met INOCA/ANOCA die een CFT ondergaan. Met deze registratie kan steeds beter onderzocht worden hoe groot het probleem is, wat de karakteristieken van de patiëntengroep zijn en op welke manier medicatie het best ingezet kan worden. Door deze test te doen, draag je ook bij aan betere inzichten voor deze patiëntengroep. Zo helpt iedere CFT niet alleen de patiënt van vandaag, maar ook de patiënten van morgen.
Meer zien en lezen over de CFT
-
De CorMicA-studie: Gerichte behandeling op basis van invasieve vaattest bij angina
-
Acetylcholine-test: Ernst van hartklachten en verbetering na behandeling hangen samen met de provocatiedosis acetylcholine bij kramp in de kransslagaders.
-
Webinar van Hart in Shape over de coronaire functietest
Tekst: Annemiek Hutten (Het Vrouwenhart Spreekt), Mariëlle Hartzema (Radboudumc), Tijn Jansen (Radboudumc), Lilian Lambrechts (Hart in Shape), Maxine Bosman (Hart in Shape), visual coronaire functietest: Lilian Lambrechts (Hart in Shape)
Met dank aan alle geïnterviewden die hun ervaringen hebben gedeeld. De namen van alle geïnterviewden zijn gefingeerd, en vanwege de herkenbaarheid zijn sommige details weggelaten of aangepast.
Deze tekst is bedoeld om een korte en leesbare uitleg te geven over de coronaire functietest, en is nadrukkelijk níet als medisch advies bedoeld. Neem voor vragen over uw individuele situatie altijd contact op met uw behandelend arts.
Alle artikelen op deze website zijn eigendom van Het Vrouwenhart Spreekt. We stellen het op prijs als u deze zoveel mogelijk deelt, zodat de verhalen en ervaringen van de vrouwenhartpatiënten gehoord worden. Graag wel vanuit deze pagina, zodat de bron duidelijk is. Wilt u (delen van) deze tekst kopiëren om ergens anders te plaatsen? Neem dan s.v.p. contact op via het contactformulier op deze website.
- Invasief betekent dat de arts het lichaam van de patiënt ‘binnendringt’ met een medisch instrument.
- Voor CMD wordt soms ook de afkorting MCD gebruikt (microvasculaire coronaire dysfunctie; in praktijk betekenen CMD en MCD hetzelfde).
- Het endotheel is de dunne laag cellen die de binnenkant van alle bloedvaten bekleedt. Deze cellen regelen de doorbloeding, houden de vaatwand soepel en beschermen tegen ontstekingen en stolling. Bij endotheeldysfunctie kan het endotheel zijn normale functies niet goed meer uitvoeren. Daardoor kunnen vaatproblemen ontstaan, die kunnen bijdragen aan hart- en vaatziekten.
- De man/vrouw-verhouding (voor zover op dit moment bekend) is ongeveer 1 op 4.
- De test werd in het verleden ook wel acetylcholine-test of spasme-provocatietest genoemd.
- INOCA betekent Ischemia with No Obstructive Coronary Arteries. Dit betekent dat er sprake is van zuurstoftekort in het hart, terwijl er geen grote vernauwingen in de kransslagaders zichtbaar zijn. ANOCA betekent Angina with No Obstructive Coronary Arteries. De patiënt heeft dan wel pijn op de borst, maar zonder aantoonbare obstructies in de grote kransslagaders.
- De patiënten waren geregistreerd in de Netherlands Registry of Invasive Coronary Vasomotor Function Testing (NL-CFT).
- De keuzehulp is ontwikkeld door de Hartstichting, Stichting VrouwenHart en IMPRESS.
